Home

Frans dagboek

Al ruim vijftien jaar verruilen we een deel van het jaar Amsterdam voor ons oude boerderijtje op het platteland in Frankrijk. Waar de tijd lijkt stil te staan, of op zijn minst trager tikt. Om de vergankelijkheid nog wat meer te bestrijden, houdt deze website de laatste blogs bij over onze belevenissen in het paradijs.

Daarnaast is er ook aandacht voor andere, meer Amsterdamse zaken. En is er een aparte rubriek met Herinneringen. Tot slot, voor de meer visueel ingestelden onder ons, is er ook een Fotogalerij.


Een droevig kerstverhaal

December. Het vriest ’s nachts en de eerste sneeuwvlokken zijn al gevallen. De eerste kerstbomen zijn ook alweer tegen de gevels gekwakt. Men heeft hier een eigenaardige vorm van kerstversiering in de straten. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ik denk gewoon uit het bos: opeens hangen er verfomfaaide sparretjes tegen de regenpijpen, met een touwtje vastgebonden. Straks volgen de slingers, die zo weet ik van voorgaande jaren, er eveneens losjes in gedonderd worden en vooral glitterblauw zijn. Hier en daar zal als klap op de vuurpijl een strik aan een enkele tak gebonden worden. VoilàLees verder …


Huiselijk geweld

Van de week zijn we ’s nachts toch maar uit bed gekropen en half aangekleed het bos ingelopen, bijgelicht door het schamele schijnsel van de zaklampfunctie op onze iPhone. We hadden de paarden als een gek horen galopperen en briesen, en werden te ongerust. Eenmaal buiten zagen we echter niets onheilspellends. En toen we het bos inkwamen met onze lichtgevende telefoons schrokken de paarden zich de pleuris en denderden weg. Dat was dan wel weer geruststellend, aangestoken als we waren door de rondreizende angst hier. Lees verder …


De ijsvogel

Een paar dagen terug zat ik op mijn nieuw getimmerde bankje aan de rand van het meer, starend naar de heuvels aan de overkant, waar het bruin van de drie paarden stemmig kleurde bij het gelige gras van hun wei. Ik zat een lange tijd onbeweeglijk en nam de omgeving in mij op. De jonge wielewalen die aan de overkant hun vluchtoefeningen deden. Het geluid van de buizerd hoog boven mij. De rimpeling in het water, mogelijk veroorzaakt door een ringslang. Zo zat ik daar met al mijn zintuigen open. Op dat moment landde er opeens een ijsvogel op een tak, drie meter van mij vandaan. Lees verder …


Hiërarchisch Frankrijk

Nu is zelfs JC van zijn paard gevallen. Hij beweert dat het kwam doordat zijn paard schrok van de plotseling opduikende herdershond van het oudere kunstenaarsechtpaar, langs wiens terrein hij stapte met zijn paard. Maar volgens de vrouw van het koppel kwam het doordat zij – ze lopen graag in hun blote kont op hun terrein – in haar eigen, fraai allitererende woorden ‘met trillende tieten op de tractor zat’. Of het paard dan wel de ruiter daardoor van streek raakte, is niet geheel duidelijk. Hoe het ook zij, het voorval leverde JC drie gebroken ribben en een barst in zijn ego op. Lees verder …


In Gods hand mag je niet kriebelen

Het voorjaar loopt op zijn eind, de zomer dient zich aan. Onze huisslang is weer uit de kelder geklommen en warmt zijn koude winterslaaplijf in de hete zon in de border voor ons huis. We zijn pas op de helft, maar het jaar 2020 zal nog lang blijven nazinderen. In januari de tragische laatste fase van het leven van mijn moeder, daarna in Frankrijk in quarantaine en toen opeens opgenomen in een Frans ziekenhuis met een acute darmontsteking. “Het is Gods hand en daar mag je niet in kriebelen”, zoals mijn tante Paula ooit schreef in een brief aan haar zus, mijn moeder. Lees verder …


De oude dorpsdokter

Het zal nu ruim een jaar geleden zijn. Ik herinner me vooral de harde ijskoude wind. We parkeerden de auto achter de kerk, naast het postkantoor. Ik strompelde het laatste stukje over het oude dorpsplein langs de jongens- en meisjesschool en de mairie, het steegje in naar het pand van de lokale médecin généraliste. Na twee maanden pijn in zo’n beetje al mijn spieren en pezen, en na oeverloos gerommel bij de fysiotherapeut in Amsterdam, werd het toch echt tijd om naar een dokter te gaan. Lees verder


Van hop tot das

Ondanks het inreisverbod voor reizigers van buiten de EU is het de hop toch gelukt! Gisteren hoorde ik zijn roep: hop-hop-hop, hop-hop-hop. Niet te missen, toch? Op vijf april noteerde ik de eerste koekoek, twee weken later de eerste wielewaal, en nu dan begin mei de eerste hop. Allemaal terug uit donker Afrika. Ik ben alleen wel bang dat ze zich niet aan de twee weken verplichte quarantaine hebben gehouden, want zo te horen zijn ze gelijk erg druk bezig met daten. We leven hier in een dierentuin, of eerder een natuurreservaat, zonder enige vorm van grenzen of hekken. Zo ontdekten we vorige week opeens ..  lees verder


Sneeuw in april

April inmiddels, maar eindelijk dan toch nog sneeuw. Het is de kersenbloesem die na twee weken witte weelde nu door de zachte voorjaarsbries haar witte bloesemblaadjes voorzichtig op het gras laat dwarrelen. Mooi en kort, vluchtig als het leven, om er maar eens wat Japanse symboliek bij te halen. De koekoek – vroeg dit jaar – verzorgt met haar holle roep het bijpassende melancholische achtergrondgeluid. En het is ook nog eens Pasen. Toch al een tijd waarin zomaar de ‘het eindige leven aanklevende treurnis’ de boventoon kan voeren. Lees verder …


Pomme

Toen ik met pensioen ging en in januari van het vorig jaar een afscheidsetentje had met mijn naaste collega’s in De Plantage in Amsterdam, vertelde ik dat we een tweede hond gingen nemen. Een van mijn oude collega’s stelde toen in opperste verbazing de vraag: “Waarom zou je in godsnaam een tweede hond nemen?” Een hele goede vraag, die ik eerlijk gezegd niet zo goed bleek te kunnen beantwoorden. Ik stamelde zoiets als: “Dat kun je misschien beter aan Caroline vragen”. Lees verder …


Liefde in tijden van corona

Es riecht nach Schnee, om mijn oude skileraar maar weer eens te citeren. Na weken schitterend voorjaarsweer waait er hier opeens een Siberische wind onder een loodgrijs wolkendek. En uit die poolwind landde er in alle vroegte een engel op ons stoepje. OK, we waren wat laat opgestaan, maar terwijl Caroline nog aan het douchen was en ik in mijn kamerjas met de honden aan het klooien was, hoorde ik plotseling onze voordeur opengaan. En daar klom zowaar madame Moreau naar binnen. In haar zondagse pak – een keurige paarse mantel, een echte handtas en een net zwart hoedje op. Wel op haar zwarte rubberen tuinpantoffels, maar quand même! Lees verder …


In quarantaine in het paradijs

Eigenlijk waren we altijd al in quarantaine hier. Daarom kochten we dit huis. Vanochtend maakte ik hier in de eindeloze heuvels een fietstochtje. Nu is dat niet zoveel bijzonders, maar deze keer was het een tochtje met toestemming van de Franse staat: in mijn broekzak had ik mijn Attestation de Déplacement Dérogatoire, ingevuld en ondertekend. Je weet het maar nooit. Maar ik kwam zoals altijd niemand tegen. Behalve dan twee reeën die verbaasd opkeken? Lees verder …


Saartje

Zo’n kleine vijf jaar geleden werd het opeens tijd voor een hond. Wat het nu precies veroorzaakte, weet ik ook niet meer. Maar op een dag zei ik tegen Caroline: “Als ik met pensioen ga, wil ik een hond”. Met zoiets moet je oppassen bij haar, want voor je het weet komen er vervolgens elke dag foto’s van verbijsterend innemende puppy’s voorbij. Ik had geen idee waar ik aan begon.
lees verder…


Justine is ziek

Justine is ziek. Ze heeft het aan haar hart. Te nauwe bloedvaten, zegt ze. Justine bestiert de eetzaal van het kleine dorpsrestaurant, waar haar man onwaarschijnlijk lekker kookt. Ze is een fenomeen. Hoe zal ik haar beschrijven? Ze is denk ik achter in de veertig, klein van stuk, heeft lak aan conventies, ook qua kledingstijl, zal ik maar zeggen. Ze ziet er niet uit, zo zou je het ook kunnen zeggen. 
lees verder…


Château de Montintin

Dwars door de geschiedenis loop je hier. Vandaag maakten we een lange wandeltocht door de bossen van Fayat. Een uitgestrekt heuvelachtig gebied, waarin af en toe verscholen in het woud kleine meertjes opduiken. Diep in een donker deel van het bos stuitten we op een mysterieus gehuchtje, een verzameling huisjes rondom een klein kasteel, dat zich grotendeels schuilhield achter hoge muren en hoge hekken, Château de Montintin
lees verder…


De boomklever

Er is iets vreemds aan de hand. We hebben hier in huis twee klokken aan de muur. In de woonkamer een antieke Franse stationsklok, die al heel lang op tien voor half acht staat en niet meer verder wil. En in de keuken een eveneens oude ronde klok, die het tot voor kort nog deed. Hij was ons baken in ons verder tijdloze bestaan hier. Maar onlangs hield die er ook mee op. Een paar dagen beleefden we de tijd op de tast. Op de zon, op het licht. Even was er een aarzeling.
lees verder…


Winterslaap

Het schijnt dat de Romeinen oorspronkelijk maar tien maanden op hun kalender hadden staan. Het jaar begon in maart, en de laatste maand van het jaar, december, werd gevolgd door een naamloze winterperiode. Daar zit wat in. In januari en februari gebeurt hier namelijk niets. Alles staat stil. Een verbijsterende rust treedt in. De moestuinen liggen er droef bij. Elk erf bij elke boerderij is een troosteloze blubberpoel. De bomen zijn kaal, kleur is uit het land verdwenen. Evenals de vogels. Winterslaap.
lees verder…


De zwartkop

Herfst. Het regende, de lucht was zwaar en grauw. In elke andere omgeving zou zo’n dag een loden depressie opleveren. Maar niet hier in het paradijs. Ik was alleen thuis. Terwijl ik zat te werken aan mijn bureautje vloog er opeens een vogeltje tegen het raam. Het was de voorbode van een bijzondere dag: de Jehova-getuigen hadden mij eindelijk gevonden.
lees verder …


De kerkdienst

Om kwart over twee reden we de hoofdstraat van het dorp in. Ik parkeerde de auto voor de school, om precies te zijn voor de jongensschool, onder de letters Garçons. We staken het plein te voet weer over en liepen terug naar de ingang van het kerkje. Precies op dat moment begonnen de klokken te luiden. Ter ere van René. René was twee dagen eerder overleden. Zijn hart was op. 
lees verder…


De wielewaal

Het heeft even geduurd, maar op de ochtend van de dag dat ik vijftig jaar werd, hoorde ik voor het eerst van mijn leven de wielewaal. Vanuit de toppen van de enorme sparren klonk geregeld een luid fuu-oo-fúu. Veel beter kan ik het niet omschrijven. En opeens zag ik hem uit de hoge sparren wegvliegen: een grote knalgele vogel. Afrika in Frankrijk.
lees verder…