
Vorige week was ik in Rotterdam, bij het afscheidsconcert van John Hiatt, in De Doelen. Ik heb het niet zo op idolen, te veel volgzaamheid, maar voor John Hiatt – Amerikaanse singer-songwriter – maak ik een uitzondering. Hij is van mijn leeftijd, inmiddels dus ook 73 jaar. Ik was erbij toen hij op 8 oktober 1979 voor het eerst optrad in Amsterdam (in Paradiso). Zevenenveertig jaar geleden! Twintigers waren we allebei. Hij vormde met zijn bandje het voorprogramma van Southside Johnny & the Ashbury Jukes. Speelde vijf nummers van zijn pas uitgebrachte album Slug Line, dat ik al stukgedraaid had. Ik zag Southside Johnny in de coulissen vol bewondering naar hem kijken. Hiatt zelf leek verbaasd over de waardering die de zaal had voor zijn nummers. In de vele jaren die volgden heb ik niet veel van zijn Amsterdamse optredens gemist. Nu moest ik noodgedwongen uitwijken naar Rotterdam.
Ik denk dat hij nooit een echte hit heeft gehad. Bij het grote publiek dus niet bekend. Veel van zijn nummers zijn gecovered door andere artiesten, zoals Bob Dylan, Bonnie Raitt, Eric Clapton, Emmylou Harris en B.B. King. Zijn bekendste nummer is waarschijnlijk Have A Little Faith In Me. Hij zal zo’n dertig albums hebben gemaakt. Ik heb met hem meegereisd. Al zijn platen gekocht. Hij zong over zijn dochter Georgia Rae toen ik mijn eerste dochter kreeg, Lisanne. Later schreef hij over hoe snel alles voorbijvliegt: ‘They just blow through your life like a wind on the plains/Like the dust that covers everything.’ En toen mijn eerste huwelijk op de klippen liep, zong hij in Paradiso: ‘I need a big love!’. Een paar jaar later was ik gescheiden en had ik mijn grote liefde gevonden. En nu ik de zeventig gepasseerd ben, zing ik met hem mee: ‘I’m over the hill’. Als mijn kinderen vragen hoe het vroeger was, hoor ik John Hiatt zingen: ‘I’m no different now, just late for the show’. De teksten van al zijn nummers zijn sterk autobiografisch, maar gaan over iedereen. Dat is wat goede dichters doen: woorden geven aan iets wat je zelf hebt meegemaakt, op zo’n manier dat het niet alleen over jou gaat, maar over iedereen.
Het was zijn European Farewell Tour, waarin hij Noorwegen, Zweden, Denemarken, Engeland, België en Nederland aandeed. Een afscheid dus, voor zijn trouwe fans. De zaal zat vol met mensen zoals ik, van mijn leeftijd. Ik zag vaders die hun inmiddels volwassen zonen hadden meegenomen. Leek me geen goed idee, want John is niet meer zo goed bij stem. Hij zag er breekbaar uit. Magere armen staken uit zijn blauwe overhemd met korte mouwen. Een zwarte broek die hem te groot was. Vertelde tijdens het concert dat hij met zijn vrouw was wezen hiken en ze hun trekkingstokken waren vergeten. Hij had geen zin om terug te gaan en maakte die tocht een lelijke val. Schedelbreuk. Kostte hem een jaar om er weer een beetje bovenop te komen. Om die reden las hij de teksten van een schermpje voor hem.
Desalniettemin speelde hij twee uur onafgebroken op zijn akoestische gitaar, met natuurlijk de toegift: Riding With The King, waarin hij beschrijft hoe hij als tienjarig jongetje in de spiegel keek: ‘I had a guitar hanging, just about waist high/ I’m gonna play that thing until the day I die. Hij is aardig op weg. Een beetje jammer vond ik dat hij veel nummers speelde die in een volledige bezetting met band ‘opzwepend’ zijn, zoals Memphis In The Meantime. Hij probeerde met zijn enkele gitaartje wel in de buurt daarvan te komen, maar toch had ik liever meer van zijn rustige ballades gehoord, zoals Nobody Knew His Name, dat hij wel speelde.
Toen hij van het podium af was geschuifeld en de zaallichten aangingen voelde ik ondanks de mooie avond een leegte. Het was goed om afscheid te nemen, maar liever had ik in Paradiso gestaan, allebei 26 jaar oud, alles nog voor ons. Het gaat voorbij, zoals alles en iedereen. Dat weet ik nu wel. Je zou kunnen zeggen: wat blijft is zijn muziek. Dat is wel zo, maar het is toch vooral de herinnering aan wat de muziek met je deed op dat moment in je leven. Het zal nooit meer zo zijn als toen. Het was niet alleen een afscheid van John Hiatt, maar ook een afscheid van een stuk van mijn leven. Ik snap wel dat sommige mensen God als hun idool zien. Die is tenminste onsterfelijk.