Wensdenken

Het is koud buiten. ’s Nachts vriest het een graadje of zes, overdag komt de temperatuur net boven nul. Poes Bibi houdt daar niet zo van en zoekt de hele dag naar een warme schoot, in de buurt van de houtkachel. Onze arme Friezen hebben inmiddels een dikke bontvacht gekregen, waar je zo heerlijk je neus in kunt drukken. Je voelt hun warme lijf en ruikt hun geur. Alle paarden hebben een eigen geur, denk ik, maar die van Max is een fijne donkere grondgeur, een vinoloog zou zeggen met een vleugje noot en eiken. Hun waterbak bevriest elke nacht, elke ochtend hakken we het ijs eruit, waarna ze direct gulzig het ijskoude water naar binnen zuigen. Weinig wind, volop zon. Mooi wandelweer. Vanochtend met de honden weer het bos in, zoals elke dag. Onderweg passeren we het verlaten huisje van Etienne, die zo gruwelijk de dood vond in zijn eigen dichtgeslibde waterput. Ik schreef er eerder over. Toen we er vanochtend langskwamen zagen we een klein steenuiltje voor het venster zitten. Binnen dus. Die woont er nu, zo lijkt het. Ons troost en verlichting biedend bij het passeren van de droeve plek. 

Kort na onze thuiskomst stond er opeens een kandidaat voor het burgemeesterschap voor de deur. We hebben dan weliswaar niet – zoals George Clooney – het Franse staatsburgerschap mogen ontvangen, maar kunnen als ingezetene en belastingbetaler wel meestemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Het dorp waar we bij horen heeft zo’n 800 inwoners, verspreid over iets van vijftig vierkante kilometers. We hebben al jaren dezelfde burgemeester, twaalf jaar minstens. Een inmiddels gepensioneerde boer, een vriendelijke man. Vóór hem was zijn vader burgemeester en na hem wil hij zijn zoon in het ambt hebben. De politiek in zulke kleine gemeenten gaat eigenlijk nergens over, hoogstens kleine, lokale zaken. De gemeenteraad bestaat grotendeels uit vrienden van de familie, oppositie bestaat niet. Als er weer eens wat weggetjes geasfalteerd moeten worden, dan gaat de opdracht uiteraard weer naar …, nou ja, vul maar in. Maar… dit jaar is er opeens een tegenkandidaat! 

Dat heeft alles te maken met een onverwacht megalomaan project, het karretje waar de zittende burgemeester zich voor heeft laten spannen. Dat zit zo. We hebben hier in Château-Chervix in het hart van de oude dorpskern een heuse donjon, een meer dan dertig meter hoge toren. Die donjon is de overgebleven woontoren van een inmiddels verdwenen kasteel uit de 12e eeuw. Gedurende vierhonderd jaar zetelde daar de lokale bestuurlijke, fiscale en gerechtelijke macht, tot de ondergang ervan in de 16e eeuw. Die ondergang was nogal dramatisch. Rond 1550 hield de kasteelheer van dienst in die dagen, een zekere François de Coignac, zich obsessief bezig met omzetten van waardeloze metalen in goud door deze te mengen met gestold kwik. Valsemunterij! Geholpen door een priester met een bedenkelijke reputatie had hij een laboratorium ingericht in een afgelegen toren van het kasteel. 

Nadat de stiefvader van de kasteelheer voor dezelfde illegale activiteit was veroordeeld, waren ze bang dat zij de volgende zouden zijn om voor het gerecht gesleept te worden. Om zich te beschermen tegen mogelijk desastreuze getuigenissen stelde de priester het volgende voor: de kasteelheer zou zijn naasten vermoorden, het kasteel in brand steken en vluchten, en doen alsof hij een van de slachtoffers was. Heer François de Coignac ging akkoord, maar delegeerde de moorddadige missie aan de priester en zijn handlangers. Op de avond van 6 oktober 1553 drongen de moordenaars het kasteel binnen. Terwijl zijn vrouw en kinderen om het leven werden gebracht, vluchtte de kasteelheer naar het gehucht Puy-de-Bar. 

Om elk spoor van de misdaad uit te wissen, werden de lijken (ook die van het personeel) in het laboratorium in brand gestoken, waarna ook de rest van het kasteel vlamvatte. Een herder, die naar de kelder was gegaan om boodschappen te halen, had het geschreeuw gehoord. Doodsbang verstopte hij zich twee dagen lang. Eenmaal uit zijn schuilplaats vertelde hij het verhaal aan de mensen in het dorp, waarna de priester en zijn handlangers gevangen werden genomen en naar het schijnt gevierendeeld en onthoofd in Limoges. De kasteelheer vluchtte uiteindelijk naar Zwitserland.

De donjon bleef dus gespaard. Het kasteel is na deze gebeurtenis nooit meer volledig gerestaureerd, kende in het vervolg van de geschiedenis verschillende eigenaren, maar werd in de Franse Revolutie in beslag genomen door de staat. Sinds 1945 is hij in bezit van de gemeente en als historisch monument aangemerkt. De toren staat nog wel overeind, maar is in feite niet veel meer dan een ruïne, de tijd heeft haar werk gedaan. Hij wordt nog wel bewoond. Door een enorme zwerm kraaien, die nestelen in de vele holtes in de muren en de hele dag luid krassend om de toren vliegen. Een wat sinister geluid, maar passend bij wat de toren nu is: een zwijgend symbool van wat menselijke waanzin kan opleveren als hebzucht de overhand krijgt. Ik zou het zo laten. Maar daar denkt niet iedereen hetzelfde over.

En zo zijn we terug bij de strijd om het burgemeesterschap. De zittende burgemeester heeft zich sterk gemaakt voor het restaureren van de toren, om deze te transformeren in een toeristische attractie. (Het is goed om te weten dat er in deze streek überhaupt zelden een toerist wordt gesignaleerd. Maar dat terzijde). Totale kosten van de restauratie: anderhalf miljoen, waarvan de gemeente een kleine 130.000 euro moet ophoesten. Inwoners wordt gevraagd het project te sponsoren door een steen in de gerestaureerde muur te ‘kopen’ à raison van 60 euro. Het plan is om vervolgens drie maanden in de zomer de toren open te stellen voor publiek. Kosten 15.000 euro per jaar. Om die te dekken verwacht men een kleine 3.000 bezoekers per jaar. Drieduizend bezoekers! In drie maanden tijd, dus elke dag dertig bezoekers… Enfin, zoals gezegd, niet iedereen is gecharmeerd van dit project. Waardoor er nu opeens een tegenkandidaat zich aan het front heeft gemeld. 

En die kwam zich vandaag dus eigenhandig voorstellen. Nu blijkt hij ook nog eens onze buurman geronseld te hebben om deel uit te maken van zijn equipe. Waardoor we zomaar voor een dilemma staan: de zittende burgemeester had namelijk een andere, iets verdere buur – tevens vriend van ons – in zijn equipe. Er zal moeten worden gekozen! Voorlopig hebben we ons eruit gered, door bij beide kandidaten te vragen naar hun ‘programma’. “Ah, beh oui”, dat komt eraan. Très, très vite

Als je het leuk vindt: geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *