Oorlog op het fietspad

Vriend Micha noemt het een burgeroorlog op het fietspad. Een war zone is het zeker. Ik was onlangs weer even een weekje in Amsterdam en in die paar dagen ben ik 4½ keer uitgescholden door een verhitte medeweggebruiker. Die halve keer betrof het een zeg 23-jarig meisje die, toen ik aarzelde om haar wel of geen voorrang te geven, mij hoofdschuddend voorbijfietste, met zo’n blik van: ‘weer zo’n oude lul op een OV-fiets’. De overige vier keer waren grover: van ‘sodemieter op’ tot de automobilist die haast stikte in zijn razernij en niet een maar twee vingers repeterend omhoogstak. In al die gevallen ging het om het niet snel genoeg uit de weg gaan. Men had last van mij, notabene iemand die zijn hele leven in Amsterdam woonde, een – al zeg ik het zelf – zeer ervaren stadsfietser, geenszins een trage, onwennige provinciaal. Nou ja, oké, op leeftijd.

Er is iets aan de hand. Een nieuwe werkelijkheid. De onderlinge haat tussen Nederlanders. In ieder geval in de grote stad. In ieder geval op het fietspad. En in ieder geval tijdens de ochtendspits. Een peloton gehaaste, jachtige dertigers ragt op e-bikes door de stad, ieder menselijk obstakel vervloekend, op weg naar de trein of afspraak die ze moeten halen. En dan heb ik het nog niet eens over de elektrische bakfietsen en fatbikes. Of over de maaltijdbezorgers uit Albanië. Of over de door-rood-rijders, of de stoeprijders. Of over de oortjes die iedereen in heeft. We zijn met te veel. En de verschillen in snelheid zijn te groot. Fietspaden – hoe breed ook tegenwoordig – zijn niet gemaakt om elkaar in te halen. Er hoort een slome, solidaire kudde rustig naast elkaar te rijden, bij het stoplicht met zijn vijftigen rustig achter elkaar wachtend. Een praatje met de wildvreemde buurman naast je. Vergevingsgezind, mocht iemand een te onverhoopte beweging maken. Maar nee, het is een burgeroorlog geworden. Strak voor zich uitkijkende individuen, humeur op boos. Straks weer vriendelijk lachen naar de baas, maar nu even niet.

Is het een Nederlands verschijnsel? Ik weet het niet. Reizend naar Nederland heb ik vaak een tussenstop in Parijs. Waar ook een oorlog gaande is rondom de fietspaden. Daar speelt de strijd zich echter niet af tussen de fietsers onderling, maar tussen de fietsers en de andere weggebruikers, de auto’s en voetgangers. Er wordt steeds meer gefietst in Parijs en dat wordt niet door iedereen op prijs gesteld. Er lijkt een culturele en politieke strijd gaande om de publieke ruimte. De Parijse fietsers hebben zich een ‘Amsterdamse’ attitude eigengemaakt: door rood licht rijden, auto’s afsnijden, rechts inhalen, op volle snelheid langs overstekende voetgangers scheren. Eind vorig jaar mondde deze oorlog uit in de dood van een fietser. Naar het schijnt ontstond het conflict toen een auto over het fietspad reed en de fietser verhaal haalde. Waarna de chauffeur gas gaf en de fietser aanreed, die het niet overleefde. Een strijd om de macht in de Parijse straten. Een columnist van Le Monde schreef: ‘(…) het milieuvriendelijke voertuig, dat symbool stond voor totale coolheid (coolitude), is veranderd in een symbool van agressiviteit, ieder voor zich en stedelijke chaos. Il y a autant de cons à vélo qu’en voiture’. Klinkt herkenbaar. 

Enfin, hoe het ook zij, ik ben weer thuis en reed vanochtend mijn wekelijkse fietstochtje door de herfstige heuvels hier op dit vergeten Franse platteland. Geen hond kom je hier tegen. Nee, dat is niet waar: er is hier in de buurt een zwerfhond die mij soms voorbij ziet komen en dan gezellig een kilometertje of zes met mij mee holt. De burgeroorlog ver weg. 

Als je het leuk vindt: geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *