De enorme vrachtwagen met boomstammen stond te wachten voor de ingang van onze paardenwei. De chauffeur stelde zich voor: ‘Julien’. (Vrijwel iedereen heet hier Julien, maar dat terzijde). We staarden allemaal eerst naar de zachte, zompige wei en vervolgens naar de dikke banden van de camion en de reusachtige hoeveelheid boomstammen in de laadbak. Het leek een onmogelijke combinatie. Wat was er aan de hand?

Ons terrein grenst aan een meer. Niet van ons. Er staat een hutje op het terrein dat verhuurd wordt aan vissers. Zo grofweg van april tot oktober komen er elke zaterdag nieuwe vissers, die een week lang, vooral ’s nachts, vanuit een tentje proberen de karpers aan de haak te slaan. We hebben er weinig last van, het is een groot meer en ze kamperen aan de overkant. Vissers zijn bovendien meestal stil, anders vangen ze niks.
Beetje vreemde hobby – sorry, sport – natuurlijk, want waarom zou je een vis pijn doen, hem met een haak in zijn bek naar de kant sleuren en hem er dan gehavend en wel weer in teruggooien? Vissen voelen geen pijn, zeggen alle vissers, zo ook onze vader en zoon die samen eigenaar zijn van het meer. Nou, dat is gelul van een dronken aardbei, zoals Koot en Bie zouden zeggen. Er is namelijk de laatste tijd interessant onderzoek gedaan naar die vraag. Onderzoekers injecteerden vissen met irriterende stoffen zoals azijn onder hun huid. Waarop de vissen zich onmiddellijk tegen de steentjes op de bodem van het aquarium begonnen te wrijven om te proberen die irriterende stoffen kwijt te raken. Bovendien verloren ze hun eetlust. Vervolgens gaven ze de vissen een pijnstiller in de vorm van morfine, waarna die reacties direct weer verdwenen. De algemeen aanvaarde conclusie op basis van dit (en ander) onderzoek is dat vissen wel degelijk pijn voelen.
Maar goed, tegenwoordig is de waarheid ook maar een mening, dus… Bovendien zijn de karpers in het meer – zo benadrukken vader en zoon – hun ‘baby’s’, waarbij ze over hun hart aaien (ik verzin het niet). Ze zouden ze nooit kwaad doen. Enfin, het is wat het is. De afgelopen dagen en weken merkten we dat ze het meer lieten leeglopen. Dat gebeurt wel vaker. Er zit een soort put op het diepste punt aan de zijkant, waar je een luik kan openen, zodat het water leegstroomt in een lager gelegen meer (er zijn hier een stuk of vijf meren die allemaal in elkaar overlopen). Toen ik de buurman sprak bleek dat ze een probleem hadden. Ze vangen de laatste tijd niet meer zo veel, die vissers. Wat ik ervan begreep is dat ze last hebben van oude boomstronken die op de bodem van het meer liggen. De slimme karpers verschuilen zich erachter, én de haak van de vissers blijft erin hangen. Dus nu willen ze de bodem van het meer leeg schrapen (en er een soort aquarium van maken). Ze noemen het wel een sport, maar het moet niet te moeilijk zijn, toch?
Zoiets doen ze dus met een enorme graafmachine. Zo’n ding weegt wel 20.000 kilo, en dient zich dus op de zachte, zompige bodem van het meer te begeven. Ziet u dat voor zich? Hij zou direct voor driekwart onder de blubber verdwijnen. Maar daar hebben ze iets op bedacht. Eerst leggen ze met de happer een zooi boomstammen op de modderige bodem, waarna de machine daar voorzichtig op rijdt, om vervolgens met dezelfde happer de achter de machine vrijkomende stammen telkens op te pakken, naar voren te halen en ze weer vóór de machine te leggen. Zo verplaatst het ding zich beetje bij beetje over de moerassige bodem van het meer.
Waarom weet ik niet precies, maar de buurman vroeg of de vrachtwagen met boomstammen via onze paardenwei naar zijn meer mocht rijden. Ach, waarom niet? En dus reed er vanmiddag die enorme vrachtwagen vol boomstammen naar de plek waar een opening in het paardenlint was. We liepen erheen en schudden de chauffeur de hand. Hij keek twijfelachtig naar de soppige wei, of hij daar niet in vast zou lopen. Wij daarentegen dachten vooral aan de verwoesting die hij met zijn loeizware vrachtwagen zou veroorzaken. We hebben al te weinig terrein voor onze twee paarden en als van dat beetje gras een deel de komende maanden niet gebruikt kon worden… Maar goed, hij was er nu eenmaal, dus toch maar proberen. Het lukte, hij bleef niet steken. Maar de twee brede, bovenal diepe sporen staarden ons nadrukkelijk aan.
De chauffeur vroeg of we iets hadden afgesproken met onze buurman over de aan te richten schade? Hm, nee, die had het doen voorkomen dat er geen enkel probleem was te voorzien. Dat we hem op zijn woord geloofden was natuurlijk enigszins naïef. Maar de vriendelijke Julien zei dat hij het met zijn baas ging bespreken. “We zorgen er wel voor dat dat weer goed komt, we brengen wat grond en vullen de sleuven op met behulp van een klein graafmachientje. Komt goed. Pas de soucis.” In het late winterzonnetje liepen we terug naar ons huis. Ik weet niet of de meeste mensen deugen, maar goedheid bestaat.
Dank voor je reactie, Marcia!
Sorry Leo,
Want je heet Leo en niet Frans, te snel gelezen en niet opgelet
Blijven leuke artikelen
Dank
Beste Frans
Leuk je artikelen !
Goedheid bestaat ? Ben benieuwd hoe het verder met je vriend Julien zal aflopen, maar vooral met jullie terrein, de paardenwei… Komt goed ! Pas de souci mon culs !
Maar het kan best dat Julien parmi tous les Juliens de goedheid zelve is.
Ook heel interessant je gedachten over vissenpijn en jaja die arme karpers !
Ik woon niet ver van een karper meer in Normandie zelfde betoog, indruwekkende fotos van des lauréats de pêche, het zijn wel oude fotos dus ik vraag me af, misschien zijn de vissen van plastic.
Dank voor je berichten, ik lees ze met genoegen.
Hou je goed
Met vriendelijke groet
Marcia