Quand la merde touche le ventilateur

Er zal wel geen Franse vertaling zijn van de Amerikaanse uitdrukking when the shit hits the fan. Tikje te ordinair voor de Fransen. Ik moet er een reden voor hebben gehad waarom ik niet een dag eerder naar Amsterdam was gekomen, maar daar heb ik even geen actieve herinnering meer aan. Zo kwam het dat ik op een vrijdag in alle vroegte om vier over zeven op het perron in Limoges in de trein stapte, met als doel om rond vier uur in de middag aanwezig te zijn in een zaaltje in de Joh. M. Coenenstraat, om voor te lezen uit mijn nieuwste roman. 

Aanvankelijk verliep alles voorspoedig. De heuvels van de Creuse vlogen aan mij voorbij en om een uur of elf zat ik in een zonovergoten Jardin des Plantes met een beker koffie en een sandwich te kijken naar de klassen met Parijse schoolkinderen, die daar hun botanische kennis kregen aangereikt. Beschaving! Vervolgens de metro naar Gare du Nord, waar ook de Eurostar perfect op tijd vertrok. Waardoor ik inderdaad rond half vier op Schiphol arriveerde, om daar het boemeltje naar Station-Zuid te nemen. Het was nog steeds mogelijk: om vier uur in De Coenen.

Maar ja. Ik stapte uit op Station Zuid en het begon te regenen. Haastig liep ik naar de Beethovenstraat, waar ik op de hoek met de Prinses Irenestraat nog altijd mijn oude stadsfiets heb staan in een van de fietsrekken daar. Had, moet ik zeggen. Hij was verdwenen. Gestolen? Weggehaald door de gemeente? Alle rekken in de buurt liep ik af, maar nee, geen fiets meer. 

Inmiddels was het al vier uur. De bijeenkomst was begonnen. Op een holletje terug naar de fietsenstalling bij het station, om een OV-fiets te scoren. De zeer relaxte jongen die daar werkte leidde mij naar de klaarstaande OV-fietsen, maar het lukte niet om er een van het slot te krijgen met mijn OV-chipkaart. “Geef mij uw kaart maar, heer, dan check ik het even out.” Toen hij terugkwam was de diagnose dat er geen OV-fietsabonnement op mijn onlangs vernieuwde OV-chipkaart zat. “Als u dat even regelt dan …” zei de jongen zangerig. 

Nog 10% batterij op mijn telefoon. Waar had ik ook weer mijn bril? Koffertje, rugzak, jas? Kortom, het duurde even voor ik op de juiste website was en een fietsabonnement aan mijn OV-chipkaart kon toevoegen. De tijd tikte door. Daarna was het wachten op de bevestigingsmail. Eerder kon de vriendelijke jongen me niet verder helpen. Ik durfde niet meer op mijn horloge te kijken om te zien hoe laat het inmiddels was. Een eeuwigheid verder kwam de mail binnen en konden we een fiets van het slot halen.

In de stromende regen geselde ik de trappers, vloog door de Minervalaan, stak de Stadionweg over met gevaar voor eigen en andermans leven. En kwam uiteindelijk bezweet en uitgewoond aan bij De Coenen. Geen idee hoe laat het op dat moment was, maar in het goed bezette zaaltje kon ik aan de zijlijn met een kop koffie bijkomen, onderwijl luisterend naar voordrachten van anderen. 

Uiteindelijk kwam het allemaal goed. Een betrokken en geïnteresseerde interviewer leidde me door de rest van de middag. Ik was weer in mijn stad, mijn buurt, en las een paar passages voor die zich daar afspeelden. De aanwezigen luisterden aandachtig, zo leek het. Op mijn hotelkamer, later op de avond, ontwaarde ik een heuse ventilator. Ik vind het een prachtige uitdrukking: when the shit hits the fan. Ik zie het beeld altijd direct voor me. Ik geef toe, zo erg was het inderdaad niet die middag. Misschien moeten we haar bewaren voor echte rampen, zoals de opkomst van radicaal-rechts, nu ook in Frankrijk.

Een gedachte over “Quand la merde touche le ventilateur

Als je het leuk vindt: geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *